Bolivia en Peru

(Omdat de gebruikte foto’s zijn gescand uit een oud fotoalbum, zijn ze kwalitatief minder goed)

Mijn reis naar Bolivia en Peru van 20 september t/m 16 oktober 2001.

Hoogtepunten op deze reis waren o.a.: De traditionele markten, de enorme Uyuni-zoutvlakte, het Titicacameer op 3812 m hoogte, de Andes met toppen van 6900 m hoogte, de driedaagse Takesi-trail, de vierdaagse Inca-trail, beide over 2000 jaar oude pre-incaroutes en als absolute hoogtepunt de oude Inca-stad Machu Picchu.

Via Aruba vlogen we naar Lima in Peru. Daar hebben we het Plaza Armas met zijn Kathedraal bekeken en een rondrit door de stad gemaakt.

’s Avonds vlogen we door naar La Paz, de administratieve hoofdstad van Bolivia, waar we gingen overnachten.

Het vliegveld van La Paz ligt op 4000 meter hoogte. Dat is zo hoog als b.v. de Jungfrau in Zwitserland. La Paz ligt op 3600 meter hoogte. Hierbij is La Paz de hoogst liggende hoofstad van de wereld.

De volgende ochtend vlogen we weer door naar Sucre, de officiële- en culturele hoofdstad van Bolivia die op de wereld-erfgoedlijst van Unesco staat.

De vlucht over de Andes ging over de Altiplano, dat is een hele grote vlakte op 3000 á 4000 meter hoogte omgeven door 2 noord/zuid lopende bergruggen met toppen van meer dan 6900 hoog. Het vliegveld van Sucre is erg klein en heeft 1 start/landingsbaan.

Ook hier weer het Plaza de Armas bezocht met zijn Kathedraal en zijn daarna de vele kleine straatjes doorgelopen.

Ons hotel in Sucre is gebouwd in de Spaans koloniale stijl met 2 binnenhofjes omringd door Arcaden.

De Boliviaanse steden La Paz en Sucre

De volgende dag vertrok onze groep met een bus naar Tarabuco(3200m hoogte). Het was een prachtige weg hoog door de Andes. Ik voelde die dag voor het eerst dat ik echt op vakantie was. Onderweg zag ik héél véél mensen in klederdracht op weg naar de markt, terwijl er in de ruimste omtrek niets te zien was. Er liepen ezels en geiten rond zonder dat er iemand bij was.

Het is nu 12:00 uur en ik zit midden op het plein van Tarabuco. Het is zondag en marktdag en 90% van de mensen is traditioneel gekleed. Er zijn veel kleine straatjes vol met mensen. Er wordt van alles verkocht: granen, kip, gedroogde vis, vlees (wat in de zon hangt).

De traditionele markt van Tarabuco

Vandaag over de Altiplano op weg naar Potosi.

Onderweg heb ik een keer of vier een ossenspan gezien die aan het ploegen waren met een houten ploeg. Ook heb ik een paar keer een kiepauto gezien die met de hand werd geladen.

Op de Altiplano wordt heel veel aan landbouw gedaan. Tot nu toe hebben we alleen kleine lapjes grond voor de akkerbouw gezien. Een tractor heb ik nog niet gezien.

Vanmorgen vertrokn we naar de zilvermijnen van Potosi waar de Spanjaarden naar schatting 30 ton zilver uit lieten halen. We werden aangekleed met laarzen, regenbroek, regenjack en een veiligheidshelm met daarop een schijnwerper.

De zilvermijnen zijn wegens uitputting door de Spanjaarden, en later commerciële bedrijven, verlaten en  bestaan nu uit arme arbeidcoöperaties, waardoor zij niet beschikken over technische mensen zoals veiligheidspersonen, mineraaldeskundigen of geologen.

Bijna de hele weg moest je door de krappe tunnels gebukt lopen. We gingen om 10:30 uur naar binnen en kwamen er om 13:00 uur weer uit.

De volle karren wogen 2000 kilo en werden getrokken en geduwd door 4 personen. Soms moesten we aan de kant springen, omdat  er een kar langs een helling naar beneden kwam en moesten sommigen van ons de buik inhouden, zo krap was het.

De kapotte wissels worden uit geldgebrek niet meer gerepareerd en dan wordt er een houten balk overheen gelegd.

De mijnwerkers zijn mannen van  8 tot 45 jaar oud  en delven de erts met hamer en beitel! Ouder worden ze niet.

 

Op weg van  Potosi naar Uyuni.

Onderweg zagen we voor het eerst lama’s. Hele kuddes. Velen hadden een gekleurd vlaggetje aan de oren waaraan de eigenaar te herkennen was. De landbouw wordt voornamelijk door vrouwen gedaan.

We kwamen om 15:30 uur in Uyuni aan. Het was een hele, saaie, troosteloze stad met een  recht straten patroon en meestal ongeplaveid. We bezochten eerst de markt. Daar heb ik  nog wat fruit gekocht en later hebben we onze bagage overgeladen in 3 4-wiel-drive auto’s. De zware bagage werd in een afgesloten garage bewaard.

In een 1 uur durende rit zijn we naar het zouthotel op de zoutvlakte gereden. Dit hotel is geheel van zoutblokken gebouwd. Alle muren, vloeren, bedden, tafels en stoelen zijn van zoutblokken gemaakt.

De zoutvlakte van Uyuni

Onderweg naar het hotel hebben we ca. 30 vicuna’s gezien. Dat is de enige nog in het wild levende soort lama.

Het zoutmeer, Salar de Uyuni, is ca. 130 km lang, 100 km breed en 10.580 km2 groot. Het is zo groot dat door de aardkromming op 130 km. afstand de bergen onder de horizon verdwijnen.

Het diepste punt is volgens een aardoliemaatschappij 500 m. Het bestaat uit lagen zout en lagen slib. Het is vroeger een binnenzee geweest, die opgedroogd is, tijdens het ontstaan van de Andes 4000 meter omhoog gedrukt. Het bevat meer dan 10 miljard ton zout.

Het zout wordt na het regenseizoen van de vlakte geschraapt en op hoopjes gegooid om zo veel mogelijk te ontwateren. We zijn ook naar een “zoutfabriek” geweest. Onder een stalen plaat brandde een vuur van takkenbossen. Op de hete plaat werd het zout gestrooid om verder te drogen. Daarna ging het in een molen om het fijn te malen.

Op de grond zaten vrouwen en kinderen die allemaal plastic zakjes met 1 kg zout afwogen en vulden en daarna dichtbranden.

Ze doen per ploeg 3000 zakjes per dag en krijgen daarvoor 36 bolivianos, dat is ca ƒ 14,–.  De kinderen vullen de zakjes en de vrouwen smelten ze dicht.

Hierna zijn we met een gids zoutkristallen gaan uithakken. Die groeien in een uitgehakt wak. Prachtige rechthoekige structuren.

Vervolgens naar één van de 34 eilanden gereden waar we gepicknickt hebben; groente met kip en vruchtenbowl.

Het eiland is 80 m. hoog en niet zo groot. Het staat vol met reuzecactussen. De oudste was 1200 jaar oud en 12 m. hoog. De meesten stonden in de knop. Op de rotsen zaten enorme zeepokken uit de tijd dat het eiland nog onder de zeespiegel lag. We hebben ook een Andeskonijn gezien en uitwerpselen van Emoe’s.

Tussen het vaste land en het zoutmeer bevindt zich een strook van een paar honderd meter grasveld met daarop wel duizend Lama’s en in de verte Flamingo’s. Op de terugweg liepen we over dit grasveld tussen de Lama’s door en we konden de Flamingo’s tot op ca. 50 m. benaderen.

Over de Andes hoogvlakte

Met de trein in 7 uur van Uyuni naar Oruro.

Deze nacht heb ik heel slecht geslapen en de trein kwam om 6:10 uur aan. Vlak voor aankomst in Oruro reed de trein door Lago Poopo, een heel groot ondiep meer op een immens grote vlakte tussen de bergen. De zon was net opgekomen en ik heb weer honderden Flamingo’s gezien. Ook vele andere soorten watervogels. Vanuit Oruno met een moderne bus doorgereden naar La Paz.

Toen we La Paz naderden werden de huizen steeds moderner, niet meer uit leemblokken gebouwd maar uit beton en steen.

Op een bepaald moment zagen we heel diep de stad La Paz liggen. De stad ligt als in een kom,

beneden liggen de oude stad en het zakencentrum en tegen de hellingen aangebouwd liggen de krottenwijken.

 

De eerste dag van de Takesi-trail.

Vanuit La Paz zijn we vele malen gestopt om stenen van de weg te halen of uitgestapt om de bus lichter te maken.

Dit is een driedaagse wandeling over oude pre-Inca paden van 2000 jaar oud en vol met keien.

Om 11:30 startten we met wandelen op 4240 m. hoogte en daarna naar de top op 4640 m. hoogte. Het 400 m. hoogteverschil deden we in 1 uur en 3 kwartier, elke 10 minuten stil gestaan om op adem te komen vanwege het zuurstofgebrek op deze hoogte.

We hadden pech, een dicht wolkendek, regen en harde wind. Dat loopt niet lekker.

We passeerden het dorpje Takesi dat uit 2 boerderijen bestaat.

De 3-daagse Takesi trail

Omdat alles spekglad was gleed ik uit en verzwikte ik mijn linkerenkel. Daar moest ik dan nog een paar dagen op lopen.

Er gingen 8 paarden/ezels mee om onze bagage en kampeerspullen te dragen. Ook waren er 6 dragers/begeleiders mee, waaronder een vrouw, en een gids.

Onderweg sliepen we in 2-persoons tentjes.

 

Op weg naar Copacabana.

Tijdens de rit naar Copacabana rijdt je over de hoogvlakte, die voornamelijk bestaat uit dor gras met af en toe een stukje landbouw. Dan zie je rechts de bergen met sneeuwtoppen en links ook een bergrug, maar zonder sneeuw. Onderweg een groep Ibissen gezien,  zwart met de snavel naar beneden gebogen.

 

Toen kwam het Titicacameer in zicht met langs de oevers veel riet.

We kwamen aan de oever van het Titicacameer aan waar de veerboot naar het schiereiland vertrok. De bus werd over houten planken de veerboot opgereden en personen moesten met kleine bootjes overgezet worden.

De veerboot met de bus werd met lange stokken van de kant geduwd, want de boot had maar 1 buitenboordmotor die alleen vooruit kon. Alle westerlingen die konden zwemmen, kregen een zwemvest en de Bolivianen die niet kunnen zwemmen, kregen geen zwemvest.

 

Het Titicacameer is het hoogst bevaarbare meer te wereld, met een oppervlakte van 8340 km². Het ligt in de Andes op de grens van Peru met Bolivia op 3812 meter boven de zeespiegel.

Op het meer wonen honderden mensen op drijvende eilanden van riet.
Het eerste eiland was c.a.100 x 100 m. en 3 m. dik. Elke paar maanden moet er een nieuwe laag riet op gelegd worden omdat het riet van onder af vergaat. Er staan verschillende hutjes op van 2 x 3 m., ook van riet, en een schooltje met houten vloer en diverse verkoopstalletjes.

Ze gebruiken daar rieten bootjes. Een bootje kost een maand werk en gaat maar 6 maanden mee.

 

Vanuit Copacabana gingen we de grens over naar Puno in Peru.

We reden we over de Altiplano naar Sillutani. Daar staan vele graftorens van 250 voor Chr. tot 800 na Chr. Deze werden gebruikt als graf voor adellijke personen. Er stonden tientallen restanten, waarvan de grootste 12 m. hoog was.

Aangekomen in Cuzco vind je nog veel gebouwen met een stenen fundering die door de Inca’s zijn aangelegd. De stad heeft ook weer een Plaza Armas met een Kathedraal.

Bij de Santo Domingokerk was een kleurig dansspel te zien en te horen. In prachtige kostuums werd er uren gedanst. Ik heb dan ook héél wat foto’s gemaakt.

Later heb ik nog de klim naar Sacsayhuamán gedaan, een zware klim van 45 minuten, maar een goede oefening voor morgen en heel indrukwekkend. Boven waren enorme muren, drie achter elkaar zigzaggend. Dat waren enorme rotsblokken tot wel 160 ton per stuk die door 20.000 Indianen op zijn plaats zijn gezet.

De Peruaanse steden Lima en Cuzco

De Inca-trail.

Om 5:30 uur zijn we weggegaan met een bus en een nieuwe gids, Caesar.

Eerst reden we door Urubambo, een grote stad met allemaal bromfietstaxi’s op 3 wielen. We reden langs de rivier Urubambo naar Ollantaytambo. Er waren daar veel mensen in klederdracht zonder bolhoed en ik heb daar een paar foto’s gemaakt. Hier wonen de meeste gidsen en dragers.

Na weer een uur rijden, over een onverharde weg, gingen we naar het vertrekpunt(Km 82) van de Inca-trail.

Na een wandeling langs de rivier hadden we een prachtig uitzicht over een oude Inca-vesting Llactapata. Onderweg heb ik vele gekleurde cactussen gezien. Het pad ging door een kloof langs een rivier en door een mooi berglandschap.

Voor elke lunch wordt een lunchtent opgezet. Onze ploeg bestaat nu uit 15 dragers, 1 kokkin, 1 gids en een assistent gids. Verder 12 deelnemers, 6 – 2persoons tentjes, 1 kooktent (waar de dragers in slapen) en 1 lunch/diner tent.

Het was een  zware dag. Om  18:00 uur was het donker en zaten we aan het diner op camping 7 te Llulachampkok. Door de hoogte waarop we zaten, en omdat er geen luchtvervuiling is, zag ik de mooiste sterrenhemel uit mijn leven.

De laatste van de vier wandeldagen moesten we om 4:00 uur opstaan en om 5:00 uur vertrokken in het donker en wandelden door het  tropisch nevelwoud in half donker.

Alle 15 dragers kwamen vooraf langs om afscheid te nemen en een fooi te ontvangen van 20 soles.

Het was aardig weer maar het trok al snel dicht en begon het te gieten van de regen. Om 6:00 uur stonden we bij de zonnetempel in de stromende regen en zware bewolking te wachten op de beroemde zonsopgang. Nou, dat werd doorlopen dus, 4 dagen gewandeld voor de beroemde zonsopgang.

Ondertussen is het 11:00 uur en bloedheet. Ik zit dit te schrijven met tranen in mijn ogen. Zo’n mooi uitzicht heb ik op Machu Picchu. Wat een voorrecht om hier te mogen zitten en te genieten van het prachtige uitzicht.

De 4-daagse Inca-trail

We hebben een rondleiding gehad van 8:30 uur tot 9:30 uur  (met Caesar als waardeloze gids) en voor de rest zelf rondgewandeld. Om 12:00 uur moesten we bij de bus zijn die ons naar het dal en het treinstation bracht.

De bus stopte in het plaatsje Aquas Calientes(dit betekent warme waterbronnen) waar de bus en de trein dwars door de markt reden, een kleurrijk geheel. Onze trein vertrok om 14:00 uur naar Ollantaytambo langs de rio Urubamba.

Het  was eigenlijk de bedoeling dat we de trein van 16:30 uur zouden hebben, dan hadden we 2,5 uur meer tijd in Machu Picchu en hadden we de tijd om de Huayna Picchu te beklimmen.

De trein reed lands een prachtige slingerende weg langs de rivier. Eerst reed je door een nevelwoud met bomen met mos begroeid, bloeiende Bromelia’s en Lianen. Daarna door Eucalyptusbossen en op het laatst grote, bloeiende cactussen en Agaves. Die laatste hadden bloemstengels van tot 5 m. en uitgebloeide Agave’s van 7 m hoog.

In Ollantaytambo stond een bus klaar. De meeste bussen zijn 25 persoons.  Hij reed door Urubambo naar ons eigen hotel in Cuzco. We kwamen daar om ca. 17:00 uur aan.

Vandaag gingen we naar Pisac, naar een hele leuke markt. Het was bloedheet en later werd het bewolkt. Langs elke kraam begonnen de verkoopsters met amigo te roepen en meteen van alles aan te wijzen, heel vervelend, je kon nergens rustig kijken. En als je een foto maakte, stonden ze meteen met hun hand op, voor 1 soles!

De traditionele markt van Pisac

De groentemarkt was het mooist. Allemaal  hoopjes groente op de grond en daar was de lokale bevolking aanwezig in heel aparte kledij met schotelvormige hoedjes op.

 

Mijn vakantie is om. Via Lima en Aruba vlogen we op weg naar huis.

Om 17:05 Nederlandse tijd landden we op Schiphol.

Het duurde nog een hele week voor mijn jetlag over was. Ik ben een hele ervaring rijker en heb enorm genoten.

 

Terug naar begin van deze pagina.